De winter is het seizoen van contrast en helderheid — scherpe, zelfverzekerde kleuren, met dramatische kracht.
Als de winter jouw karakter is, neigen je natuurlijke tinten naar koel porselein en diep donker. Je trouwste metgezellen zijn de heldere, scherpe, contrastrijke tonen: die geven kracht en straling aan je verschijning.
Aangeboren kenmerken
Het winterkarakter wordt verbonden door de koele, contrastrijke ondertoon — in het haar, de huid en de ogen evengoed.
Koel donkerbruin of zwart, met een zilverachtige glans.
Koele ondertoon — porselein, olijf of diep brons, met een blauwige nuance.
Diep bruin, ijzig blauw of koel grijs, met scherp contrast.
Het palet van de winter
Vijf leidende tinten waaromheen je hele garderobe op te bouwen is.
Wat je draagt — en wat je vermijdt.
De heldere, koele, contrastrijke tinten brengen het winterkarakter tot leven; de warme, stoffige tonen doen het verbleken.
Deze tonen lichten je contrast en de scherpte van je blik op.
Deze warme, gebroken tinten vervagen het contrast en ogen flets.
De drie subtypes van de winter
Je precieze subtype nuanceert welke tonen je het dichtst staan.