Kleuranalyse met twaalf seizoenen uitgelegd
Kleuranalyse met twaalf seizoenen verdeelt elk van de vier seizoenen in drie subtypes. Elk seizoen combineert drie eigenschappen, warmte, diepte en helderheid, en elk subtype is genoemd naar de eigenschap die erin overheerst; zijn tweede eigenschap krijgt het van zijn seizoen. Lichte Lente is eerst licht en dan warm. Subtypes die op de cirkel naast elkaar liggen, delen een eigenschap, en daarom worden juist die met elkaar verward.
Vier seizoenen, drie eigenschappen
Kleuranalyse deelt natuurlijke kleuren, de kleur van je huid, haar en ogen samen, in seizoenen in. Elk seizoen staat voor een familie van kleuren die daarmee harmoniëren, en elk wordt beschreven met drie eigenschappen.
- Warmte: of de ondertoon warm is (goudachtig, perzikachtig) of koel (roze, blauwig).
- Diepte: of de kleuren over het geheel licht of diep zijn.
- Helderheid: of ze helder en levendig zijn of zacht en gedempt. Helderheid omvat ook contrast: hoe scherp haar, huid en ogen van elkaar afsteken.
Elk van de vier seizoenen is één combinatie van die drie:
| Seizoen | Warmte | Diepte | Helderheid |
|---|---|---|---|
| Lente | warm | licht tot medium | helder |
| Zomer | koel | licht tot medium | zacht |
| Herfst | warm | medium tot diep | zacht |
| Winter | koel | medium tot diep | helder |
Lente is perzik, koraal, warm goud en fris groen. Zomer is poederblauw, stoffig roze, lavendel en koel grijs. Herfst is gebrande siena, amber, olijf en chocolade. Winter is inkt, kers, ijzig turquoise en sneeuwwit.
Waarom vier seizoenen er twaalf werden
Vier seizoenen werken goed voor mensen van wie de kleuren op alle drie de eigenschappen bij één seizoen passen. Bij veel mensen werkt het niet zo. Iemand kan heel licht zijn, maar slechts een beetje warm en vrij helder; iemand anders kan opvallend zacht zijn, met een warmte die moeilijk te plaatsen is. In een systeem met vier seizoenen worden ze allebei in een groep geperst die op de ene eigenschap past en op de andere niet, en het palet dat ze krijgen, klopt maar half.
Het systeem met twaalf seizoenen houdt de vier seizoenen aan en verdeelt elk in drie subtypes. De vraag die het toevoegt, is eenvoudig: welke van je drie eigenschappen overheerst? Met die eigenschap moet je palet als eerste rekening houden, en naar die eigenschap is je subtype genoemd.
Hoe de subtypes heten
Elk subtype is genoemd naar zijn dominante eigenschap en krijgt zijn tweede eigenschap van zijn seizoen.
Elk seizoen heeft één subtype dat naar de temperatuur is genoemd, de zuiverste vorm van het seizoen: Warme Lente, Koele Zomer, Warme Herfst en Koele Winter. De andere twee subtypes zijn genoemd naar de twee andere eigenschappen van het seizoen:
- Lente is licht en helder (levendig), dus de andere subtypes zijn Lichte Lente en Levendige Lente.
- Zomer is licht en zacht: Lichte Zomer en Zachte Zomer.
- Herfst is zacht en diep: Zachte Herfst en Diepe Herfst.
- Winter is diep en helder: Diepe Winter en Levendige Winter.
Een Lichte Lente is dus eerst licht en dan warm: de lichtheid bepaalt hoe pastelachtig de kleuren zijn, en de warmte van de Lente houdt ze goudachtig in plaats van rozig. Een Diepe Winter is eerst diep en dan koel. Een Zachte Herfst is eerst zacht en dan warm.
Over de twaalf levert dat een overzichtelijk patroon op. In vier subtypes overheerst de temperatuur, en de andere acht komen in paren: twee lichte, twee diepe, twee levendige en twee zachte. Elk paar heeft één warm en één koel subtype.
De twaalf in één oogopslag
| Subtype | Ook wel | Dominant | Tweede | Kenmerkende kleuren |
|---|---|---|---|---|
| Lichte Lente | licht | warm | crème, perzik, lichte abrikoos, zacht lentegroen | |
| Warme Lente | True Spring | warm | helder | warm goud, koraal, goudsbloemgeel, fris groen |
| Levendige Lente | Clear Spring | helder | warm | levendig koraal, turquoise, warm goud, helder groen |
| Lichte Zomer | licht | koel | poederblauw, stoffig roze, lavendel, lichtlila | |
| Koele Zomer | True Summer | koel | zacht | koel blauw, framboos, pruim, leiblauw |
| Zachte Zomer | zacht | koel | stoffig roze, salie, mauve, gebroken cacao | |
| Zachte Herfst | zacht | warm | kameel, taupe, stoffig olijf, zacht perzikbeige | |
| Warme Herfst | True Autumn | warm | zacht | amber, koper, terracotta, olijf |
| Diepe Herfst | Dark Autumn | diep | warm | chocolade, bordeauxrood, gebrande siena, olijf |
| Diepe Winter | Dark Winter | diep | koel | inkt, diep smaragd, karmozijnrood, zwart |
| Koele Winter | True Winter | koel | helder | echt rood, inktblauw, koud dennengroen, sneeuwwit |
| Levendige Winter | Clear Winter | helder | koel | levendig magenta, elektrisch blauw, zwart, sneeuwwit |
De derde eigenschap, die in geen van beide kolommen staat, ligt in het midden van wat het seizoen beslaat. Een Warme Herfst is medium van diepte, dieper dan een Zachte Herfst en lichter dan een Diepe Herfst.
De cirkel en de buren
In een cirkel gelegd lopen de twaalf subtypes zonder harde grenzen in elkaar over: Lichte Lente, Warme Lente, Levendige Lente, Levendige Winter, Koele Winter, Diepe Winter, Diepe Herfst, Warme Herfst, Zachte Herfst, Zachte Zomer, Koele Zomer, Lichte Zomer en weer terug naar Lichte Lente. Twee verbindingen lopen dwars door de cirkel: van Warme Lente naar Warme Herfst, en van Koele Zomer naar Koele Winter.
De buren zijn de subtypes die met elkaar worden verward, en er zijn twee soorten.
Over een seizoensgrens heen: dezelfde dominante eigenschap, tegengestelde warmte. Bij Lichte Lente en Lichte Zomer overheerst de lichtheid. Bij Levendige Lente en Levendige Winter de helderheid. Bij Zachte Herfst en Zachte Zomer de zachtheid, en bij Diepe Herfst en Diepe Winter de diepte. Elk paar lijkt op het eerste gezicht op elkaar, en het verschil zit in de warmte. Omdat warmte bij alle acht de zwakkere eigenschap is, is ze ook het moeilijkst te bepalen. Onze gids over warme of koele ondertoon is de plek om hiermee te beginnen.
Dezelfde warmte, andere diepte en helderheid. Warme Lente en Warme Herfst zijn even warm: Warme Lente is lichter en helderder (warm goud, koraal), Warme Herfst dieper en zachter (amber, koper, olijf). Koele Zomer en Koele Winter zijn even koel: Koele Zomer is zachter en lichter (leiblauw, pruim), Koele Winter helderder en dieper (echt rood, inkt). Hier helpt warmte niet, en de vergelijking die je moet maken, is een heldere kleur tegenover een gedempte versie ervan.
Binnen elk seizoen ligt het subtype dat naar de temperatuur is genoemd tussen de andere twee in. Warme Herfst grenst aan zowel Zachte Herfst als Diepe Herfst, en Koele Winter aan zowel Diepe Winter als Levendige Winter.
Elke subtypepagina op deze site heeft een gedeelte dat het subtype onderscheidt van zijn buren.
True, Clear en Dark: de andere namen
Verschillende boeken en cursussen gebruiken verschillende woorden voor dezelfde subtypes. Op deze site noemen we elk subtype naar zijn dominante eigenschap, en dit zijn de namen die je elders tegenkomt:
- True is het subtype dat naar de temperatuur is genoemd: True Spring is Warme Lente, True Summer is Koele Zomer, True Autumn is Warme Herfst, True Winter is Koele Winter.
- Clear is Bright, bij ons Levendig: Clear Spring is Levendige Lente, en Clear Winter is Levendige Winter.
- Dark is Deep, bij ons Diep: Dark Autumn is Diepe Herfst, en Dark Winter is Diepe Winter.
Lichte Lente, Lichte Zomer, Zachte Zomer en Zachte Herfst houden meestal overal hun naam. Noemde een quiz elders je een True Winter en noemt deze site je een Koele Winter, dan heb je twee keer hetzelfde antwoord gekregen.
Waar jij op de cirkel zit
Je plek vinden volgt de logica van het systeem. Begin met warmte: die zet je bij de warme seizoenen (Lente en Herfst) of bij de koele (Zomer en Winter). Kijk daarna naar diepte en helderheid, die bepalen welk seizoen het wordt. Vraag je ten slotte af welke van je drie eigenschappen het sterkst is; die geeft je subtype zijn naam. Onze stapsgewijze gids over je kleurseizoen thuis vinden loopt het met je door, met niets meer dan daglicht en een paar stukken stof.
De gratis kleurentest is een korte quiz die in je browser draait en je seizoen inschat. De persoonlijke kleuranalyse werkt met een paar vragen over je haar, ogen en huid plus één tot drie foto’s in natuurlijk licht, bepaalt je seizoen en je subtype daarbinnen en stuurt je per e-mail een PDF-rapport met je aanbevolen kleuren bij naam, de kleuren om te vermijden, garderobe en stijl, accessoires en metaaltinten, make-up en haarkleuren, en persoonlijke tips.
Vragen en antwoorden
Wat zijn de 12 seizoenen in kleuranalyse?
Lichte Lente, Warme Lente en Levendige Lente; Lichte Zomer, Koele Zomer en Zachte Zomer; Zachte Herfst, Warme Herfst en Diepe Herfst; Diepe Winter, Koele Winter en Levendige Winter. Elk is een van de vier seizoenen met één eigenschap die overheerst: lichtheid, diepte, warmte of koelte, helderheid of zachtheid.
Is True Autumn hetzelfde als Warme Herfst?
Ja. True Autumn en Warme Herfst zijn twee namen voor hetzelfde subtype, het warmste van de drie Herfst-subtypes. Op dezelfde manier is True Spring de Warme Lente, True Summer de Koele Zomer en True Winter de Koele Winter. Clear is een andere naam voor Bright, bij ons Levendig, en Dark een andere naam voor Deep, bij ons Diep.
Wat is het verschil tussen kleuranalyse met vier en met twaalf seizoenen?
Het systeem met vier seizoenen deelt je in bij Lente, Zomer, Herfst of Winter. Het systeem met twaalf seizoenen houdt die vier aan en verdeelt elk in drie subtypes, genoemd naar de eigenschap die overheerst. Het sluit veel beter aan bij mensen van wie de kleuren sterk één kant op neigen, bijvoorbeeld heel licht of heel zacht, dan vier brede groepen kunnen.
Kan ik tussen twee kleurseizoenen in zitten?
Je hoort bij één subtype, maar dat subtype deelt een eigenschap met zijn buren op de cirkel en heeft een aantal kleuren met hen gemeen. Zit je bijvoorbeeld tussen Zachte Zomer en Zachte Herfst, dan zijn beide zacht en verschillen ze vooral in warmte. De kleuren die de twee delen, staan je goed, welke van de twee het ook wordt.
Bijgewerkt
Ontdek je seizoen
Begin met de gratis kleurentest of bestel je persoonlijke analyse.